Translate

dinsdag 23 november 2010

Kleur verkennen

Verken de werking van kleuren en hoe ze elkaar versterken of juist afzwakken. Schilder expressief met felle kleuren of juist atmosferisch met zachte pastels. Experimenteer met complementaire kleurcontrasten of ontdek de rijkdom van een monochroom kleurpalet.

transparante kleurlagen

monochroom kleurpallet

Schilderoefening met kleur


Begin het schilderij, of een deel ervan, met een dunne onderlaag in 1 of 2 kleuren.
Schets vervolgens een vlakverdeling in lijn of kleurvlakken.
Bouw het schilderij verder op in lagen.

Heb je behoefte aan houvast? Schilder dan aan de hand van geometrische vormen zoals vierkanten en cirkels, of verwerk organische vormen in je schilderij.
Geef je schilderij een zekere spanning door te werken met tegengestelde beeldelementen, zoals:

  • warme en koude kleuren
  • licht en donkere kleuren
  • harde lijnvoering en zachte overgangen
  • dun/transparante lagen en pasteus/reliëf
  • statisch/harmonisch versus beweeglijk/dynamisch
  • penseeltoets/handschrift tegenover neutraal/toeval
  • variatie in textuur, ritme en herhaling

kleurcontrasten en reliëf

kleurlagen, vloeien en spatten

Kleuren kun je zowel van te voren op het pallet als op het doek zelf mengen. Meng op het pallet altijd kleine beetjes verf, zodat je goed het effect ervan kunt zien.

Meng kleuren op het doek door:

  • transparante lagen over elkaar heen te schilderen (glacis)
  • nat in nat de verf te mengen (impasto)
  • verdunde verf in elkaar over te laten lopen
  • kleine kleurvlekjes naast elkaar te schilderen (optische kleurmenging)

impasto, nat in nat mengen



Complementaire kleuren zijn kleuren die tegen over elkaar liggen in de kleurencirkel. Wanneer complementaire kleuren naast elkaar worden geplaatst, versterken ze elkaar en krijgen ze een heldere uitstraling.
Primaire kleuren zijn kleuren waaruit theoretisch de meeste kleuren gemengd kunnen worden.
Secundaire kleuren zijn kleuren die ontstaan uit menging van primaire kleuren.

Uit menging van primaire kleuren ontstaan nieuwe secundaire kleuren:
Geel + rood = oranje
Geel + blauw = groen
Rood + blauw = paars

verdunde verf, transparante lagen, spatten

zondag 21 november 2010

Kleur in de schilderkunst

Kleur van pigmenten

In de schilderkunst is het kleurgebruik door de eeuwen heen onder meer bepaald door de beschikbaarheid van kleurpigmenten. Pigment bestaat uit kleine korreltjes en geeft kleur aan verf en inkt. In de prehistorie waren er nog weinig pigmenten beschikbaar en haalde men ze onder meer uit de grond, zoals gele en rode okers. In later tijden kwamen er meer pigmenten beschikbaar door handel en technische ontwikkelingen. In de Romeinse tijd werden kleurpigmenten vaak verwerkt als tempera verf en in de Renaissance werd olieverf populair. Met de industriële revolutie kwam acrylverf en daarmee ook de ontwikkeling van nieuwe kleurpigmenten.


Grotschildering Lascaux
Bron afbeelding: http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/b/bb/LascauxStier.jpg


Pigmenten zijn er in vele soorten en maten, er kan een onderscheid worden gemaakt in herkomst. Zo zijn er organische pigmenten, anorganische en synthetische pigmenten. Organische pigmenten zijn onder andere van dierlijke en plantaardige oorsprong. Anorganische pigmenten zijn bijvoorbeeld aarde- en minerale pigmenten. Synthetische pigmenten zijn in het laboratorium gemaakt. Samen met het bindmiddel bepalen de pigmenten de mogelijke kleuren van verf.

Kleurgebruik en cultuur

Het kleurgebruik verschilt per cultuur en had met name in het verleden veelal een symbolische betekenis. Zo werkten Zen boeddhisten vooral met subtiele kleuren. En in de Japanse schilderkunst werd het kleurgebruik beperkt door te werken met de kleurencirkel welke bestaat uit 5 primaire kleuren. Daarbij mocht er naast een hoofdkleur geen gemengde kleur worden gebruikt, want dit zou de kleur zijn levendigheid ontnemen. Van de Egyptenaren zijn schildersdozen gevonden met 8 tot 14 holten voor verschillende kleuren, zoals terracottarood, turquois, blauw, groen, zwart, wit en okers. En volgens onderzoek gebruikten de Grieken een pallet van voornamelijk vijf kleuren, te weten rood, geel, wit, zwart en blauw.


Kleurencirkel
Kleurencirkel

Kleur en schilderstechniek

In de fresco techniek, vanaf 13e eeuw en met name in de renaissance, werden in water oplosbare pigmenten gebruikt. Dit waren veel aardekleuren, zoals okers, krijt, houtskool, omber en roze en groene klei. Minerale pigmenten, zoals blauw, werden a secco (droog) in de fresco verwerkt met het bindmiddel ei.
In de 14 – 15 eeuw kwam er met olieverf, waarbij de pigmenten worden gebonden met olie, meer heldere kleuren tot de beschikking van kunstschilders. Jan van Eijck (ca. 1390-1441) was één van de eerste grote meestersschilders in olieverf. Door het schilderen van verschillende (transparante) kleurlagen in olieverf ontstonden weer veel nieuwe kleurtonen. De Venetiaans schilder Titiaan (1488-1576) staat bekend als een groot colorist. In de havenstad Venetië had hij de beschikking over veel geïmporteerde pigmenten. Hij schilderde meer vanuit kleurvlakken en zonder voorschetsen.

Kleur als beeldmiddel

In de 19e eeuw werd kleur een steeds belangrijker beeldmiddel in de schilderkunst. Kunstschilder Delacroix bestudeerde de natuurlijke belichting en kleuren in de natuur. Hij schilderde met ongemengde kleurpigmenten, veelal in complementaire kleuren naast elkaar. Evenals Goethe had Delacroix interesse voor de optische werking van kleuren. Met de impressionisten, met Monet voorop, werd kleur belangrijker dan vorm in de schilderkunst.

Claude Monet
Claude Monet
Bron afbeelding: http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/5/5c/Claude_Monet%2C_Impression%2C_soleil_levant%2C_1872.jpg

Monet adviseerde: “als je gaat schilderen, probeer dan te vergeten welk voorwerp je voor je hebt – een boom, een huis, een veld of wat dan ook. Denk alleen maar: hier is een vierkantje blauw, hier een rechthoek roze, hier een streek geel, en schilder het net zoals het je voorkomt, de juiste kleur en vorm, tot het je eigen naïeve impressie geeft van het landschap dat voor je ligt.”

De impressionisten probeerden de tijdelijke realiteit van het licht in kleur weer te geven. De post-impressionisten gingen verder en experimenteerden met de optische menging van kleuren. Dit deden zo door kleine vlekjes van onvermengde kleuren naast elkaar te schilderen. Van dichtbij zie je de afzonderlijke kleuren naast elkaar, maar wanneer je van enige afstand kijkt, lijken de kleuren optisch met elkaar te mengen. Schilder Seurat is met zijn pointillisme hiervan een goed voorbeeld. Maar ook Van Gogh liet zich door deze schildertechniek inspireren.

George Seurat
George Seurat

Bron afbeelding: http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/5/5d/Seurat-La_Parade_detail.jpg

Gaugain was een schilder die meer werkte met grotere contrasterende kleurvlakken, die elkaar in helderheid en kleur versterken. Hij gebruikte kleur niet alleen voor het weergeven van de natuur, maar ook ter verbeelding van het mysterie en de gevoelens die kleuren kunnen geven.
In het Fauvisme, een stroming welke rond 1900 zijn hoogtepunt had, lieten schilders de imitatie van de natuur los en gebruikten ze kleuren naar believen, wat zeer kleurrijke en intense schilderijen opleverde.
Ook in het werk van Robert Delaunay speelde kleur een belangrijke rol, hij liet zich onder meer inspireren door de kleurentheorie van Chevreul.

Citaat Robert Delaunay: “Ik kreeg het idee van een schilderij dat technisch slechts uit kleur zou bestaan, uit kleurcontrasten die tijd kosten om ze tot je door te laten dringen maar die zich gelijktijdig in één oogopslag laten waarnemen. Ik gebruikte de wetenschappelijke term van Chevreul: simultaancontrasten”.

Robert Delaunay
Delaunay

Bron afbeelding: http://emuseum2.guggenheim.org/media/full/49.1184_ph_web.jpg

Mark Rothko behoort met zijn werk tot de colourfield painting. In colourfield painting gaat het met name om de ervaring van kleur. Rothko schilderde op groot formaat monochrome kleurvlakken, in zijn werk staat de emotionele kracht van zuiver kleur centraal. Het schilderij als een meditatieve ervaring.

Rothko interactief bij Tate Modern

Nieuwe kleur met acrylverf

Met de industriële revolutie en de komst van acrylverf ontstonden er weer nieuwe kleuren, zoals onder meer fluorescerende kleuren en metallics. Acrylverf werd eerst voornamelijk in de industrie gebruikt, rond 1950 begon de ontwikkeling van acrylverf voor de kunstschilder. Deze ontwikkeling en verbetering van acrylverf gaat nog steeds voort en levert, door gebruik van zowel traditionele als nieuw synthetisch vervaardigde pigmenten, weer nieuwe kleuren op.

Het werk van Helen Frankenthaler komt voort uit het abstract expressionisme, met name colourfield painting en behoort tot het latere post-painterly abstraction. Begin 1960 begon zij voor het eerst te schilderen met acrylverf. Ze werkte onder andere met verdunde verf, die ze op het doek laat mengen en vervloeien.

Helen Frankenthaler (foto: Alexander Liberman)


Bron afbeelding: http://www.goldbergmcduffie.com/projects/artnews/frankenthaler.jpg

Complementaire kleuren

zijn kleuren die tegen over elkaar liggen in de kleurencirkel. Wanneer complementaire kleuren naast elkaar worden geplaatst, versterken ze elkaar en krijgen ze een heldere uitstraling.

Primaire kleuren

zijn kleuren waaruit theoretisch de meeste kleuren gemengd kunnen worden.

Secundaire kleuren

zijn kleuren die ontstaan uit menging van primaire kleuren.

Uit menging van primaire kleuren ontstaan nieuwe secundaire kleuren:
Geel + rood = oranje
Geel + blauw = groen
Rood + blauw = paars

Wiki over kleur: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kleur